Opinie

Een job als cultuurwerker na corona?

17 June 2020
De maand juni is weer daar. Voor velen is dit het moment waarop de zomer begint, maar voor studenten is deze maand vooral gekend als ‘de blok’. Voor mij is het een bijzondere examenperiode, want ik bereid me voor op mijn allerlaatste examen aan de universiteit. En ik moet zeggen, het doet wel wat als je het einde van een zesjarig parcours in het hoger onderwijs eindelijk in zicht ziet komen. Met een master culturele agogiek en weldra ook een master kunstwetenschappen begin ik binnenkort aan mijn zoektocht naar een job in de (Brusselse) cultuursector. De goesting om in het cultuur- en kunstenveld terecht te komen, voelde ik de afgelopen jaren steeds meer kriebelen. En hoewel ik vol motivatie de laatste loodjes van mijn opleiding afwerk, steken er zo nu en dan twijfels de kop op die me uit mijn concentratie halen. Dat komt niet alleen doordat ik mijn laatste examen in ongewone omstandigheden – lees: virtueel – moet afleggen vanwege de globale COVID-19 crisis, maar vooral omdat ik besef dat ik weldra ook in de nasleep van deze pandemie de arbeidsmarkt op zal moeten. Hoe zal het gesteld zijn met de jobkansen in de cultuursector voor pas-afgestudeerden zoals mij?
Het besef dat ik in de nasleep van deze pandemie na de examenperiode  de arbeidsmarkt op moet zorgt voor twijfel
Net als vele andere sectoren werd namelijk ook de cultuur- en kunstensector zwaar getroffen door de gevolgen van de pandemie. Half maart ging ons land in lockdown en sloten onder meer cultuurhuizen, concertzalen en musea noodgedwongen voor enkele maanden de deuren om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Evenementen werden geannuleerd of uitgesteld en tentoonstellingen werden stopgezet. Dit betekende niet alleen een streep door de rekening van kunstenaars en artiesten, maar ook culturele organisaties en instellingen kwamen hierdoor voor een financiële krater te staan. De vrees dat niet alle culturele initiatieven in de toekomst hun deuren zullen heropenen, lijkt reëel. En dat baart me zorgen, want een doodgebloede sector betekent ook minder jobs. Hoewel het culturele leven vanaf 1 juli in beperkte maten kan herstarten, staan organisatoren voor heel wat uitdagingen. Zo moet er op zoek gegaan worden naar financiële middelen om in deze periode het hoofd boven water te houden, moeten er praktische maatregelen komen om de veiligheid van de bezoekers te garanderen en moeten de connecties met het doelpubliek weer aangescherpt worden. Zal er bij organisaties die voor zulke uitdagingen staan wel een plaats zijn voor pas-afgestudeerde werkkrachten? Mijn vrees dat werkgevers de voorkeur zullen geven aan ervaren werkers in het veld is nu nog groter dan anders. 
De vrees dat niet alle culturele initiatieven in de toekomst hun deuren zullen heropenen, lijkt reëel. Een doodgebloede sector betekent ook minder jobs.
Uit de vele gesprekken met klasgenoten over dit onderwerp leid ik af dat ik niet de enige ben die zich wel eens zorgen maakt over het vlot kunnen toetreden tot de arbeidsmarkt in de cultuursector. Met het zoeken naar antwoorden op de vraag “Hoe kunnen wij ons profiel als starter zo aantrekkelijk mogelijk maken voor werkgevers in de sector?” werden dan ook al verschillende café-avonden gevuld. Dat dit vraagstuk ons niet onberoerd laat, is niet vreemd. Het gaat hier immers over onze toekomst. 
Pilar
Giulia Baldi
Ik hoop dan ook van harte dat culturele instellingen en organisaties ook in de nasleep van de pandemie zullen durven investeren in pas-afgestudeerde cultuurwerkers.
Wanneer ik naar mijn omgeving kijk, zie ik een erg krachtige generatie met een hart voor cultuur en honger naar interessante projecten, nieuwe initiatieven en een bloeiende professionele carrière. Ik hoop dan ook van harte dat culturele instellingen en organisaties ook in de nasleep van de pandemie zullen durven investeren in pas-afgestudeerde cultuurwerkers. Hopelijk zien ze in dat jeugdige denkers en doeners bij toekomstige uitdagingen zoals innovatie en digitalisering een onmisbare meerwaarde kunnen bieden. Wij zijn er klaar voor.

Bjorne Baeten
Studente kunstwetenschappen VUB
Ga terug naar blog